Dieren hebben alle emoties die wij kennen

Ontroerend moment, toen de stervende chimpansee Mama bioloog Jan van Hooff, die ze al jaren kende, omhelsde en zachte klopjes op zijn hoofd gaf. „Normaal kalmerend chimpanseegedrag”, zegt primatoloog Frans de Waal (70). „Het meest verrassend vond ik de verbaasde reacties van tv-kijkers toen het filmpje daarvan door Humberto Tan werd getoond. Zij vonden het menselijk, maar het is normaal primatengedrag.”

Het nieuwe boek van de primatoloog draagt de titel Mama’s laatste omhelzing. Ons niveau van bewustzijn en empathie kennen wij niet makkelijk aan dieren toe. „Honden- en kattenbezitters hebben zich nooit verbaasd over emoties bij hun huisdieren; of dat ook geldt voor varkens en koeien, weet ik niet. Wetenschappers waren vroeger sceptisch over dierenemoties. Toen ik studeerde, was het een taboe-onderwerp. De jonge generatie heeft er geen probleem mee.”

Kunnen we het omdraaien en zeggen dat wij dieren zijn? „Ja!” Bij apen zijn emoties herkenbaar. „Ze hebben dezelfde gezichtsspieren als mensen en dezelfde fysiologische reacties.”

Agressie

Zijn eerste apenonderzoek was gericht op agressie. „Populair studieobject in de jaren zestig, zeventig; de mens zou ook een agressief instinct hebben. Ik zag dat het maar een klein onderdeeltje was van het apengedrag. Negentig procent van de tijd waren ze aan het spelen, eten, vlooien. Ik dacht: hoe gaan ze nou na een ruzie weer verder als groep, en ik lette op hun verzoeningen. Dat ze het bijlegden door elkaar te vlooien.”

Apen zijn het meest te vergelijken met mensen. „Ze leven in gecompliceerde sociale groepen die elkaar nodig hebben.”

Dieren hebben alle emoties die wij kennen. Woede, plezier, verdriet, afgunst en schaamte. „Lang werd gesteld dat dieren – die zich immers in de modder wentelen of andermans achterste likken – geen walging kenden. Legden we zes schijfjes banaan op een rijtje neer voor een bonobo; het zesde legden we op een stukje poep. Vijf schijfjes at hij achter elkaar op, de zesde liet hij mooi liggen. Chimpansees in de regen kijken net zo walgend als mensen in een bui. Met versmalde ogen, opgetrokken neus en een frons.”

“Van dieren weten we niet of ze gevoelens hebben, al lijken hun emoties ze wel te verraden”

De bioloog maakt onderscheid tussen emoties en gevoelens. „Zoogdieren zullen vast wel gevoelens hebben, maar daar kan ik alleen naar raden. Dat geldt trouwens ook voor mensen. Wij hebben wel de taal, en ik kan zeggen dat ik kwaad ben.” Lacht: „Zeggen ze ’ik ben gelukkig’ en een maand later zijn ze gescheiden. Van dieren weten we niet of ze gevoelens hebben, al lijken hun emoties ze wel te verraden. Emoties zijn zichtbaar of meetbaar door lichaamstemperatuur, hartslag en hersenonderzoek.”

Frans de Waal: „Ongelijke beloning is actueel in de mensenwereld.”

Observeerde hij vroeger vooral apengedrag, in de VS, waar hij woont, is hij experimenteler geworden. „Zo gaven we twee apen in aanpalende kooien als beloning voor een taakje steeds allebei een stukje komkommer. Waren ze alle twee blij en tevreden mee. Toen kreeg de ene aap een veel smakelijkere druif en de andere nog steeds komkommer. Die ander smeet zijn komkommer woedend door de kooi. Afgunst. ’Hij krijgt iets wat ik niet krijg’.” De parallel is snel getrokken. „Ongelijke beloning is actueel in de mensenwereld.”

Optimisme

Dieren kennen zelfs optimisme en pessimisme. „Dat is getest bij varkens. Bij een bepaald geluidje kregen ze een stukje appel, bij een andere toon kwam geen beloning. Dat hadden ze snel door. Toen lieten we een andere toon horen, precies ertussenin. Optimistische varkens gingen toch eventjes kijken, de pessimistische niet. Vervolgonderzoek wees uit dat varkens die in een kale betonnen ruimte zaten over het algemeen pessimistischer waren dan hun soortgenoten die buiten rond wroetten en zelfs een modderpoeltje hadden.”

Niet alleen de zoogdieren kennen emoties. „Ook vissen en vogels, tot aan insecten toe. Vogels hebben geen gezichtsuitdrukking, maar ze vertellen veel door hun veren uit te zetten of juist niet. Visjes zwemmen nieuwsgierig of in de hoop op voer naar het glas als je op de ruit tikt. Insecten hebben ook gemoedstoestanden. Verstoor maar eens een mierennest, dan zijn ze geagiteerd en agressief.”

“Het woord instinct wordt amper nog gebruikt”

Vroeger werd dierengedrag ondergebracht onder het begrip instinct. „Dat woord wordt nog amper gebruikt. Toen dachten ze dat vogels hun nestje bouwden volgens het aangeboren patroon. Nu weten we dat het ene mannetje er beter in is dan het andere. De vrouwelijke wevervogel gaat op inspectie en kiest voor het mooiste nestje.” Typisch gevalletje golddigger.

De intelligentie van primaten wordt ook ontdekt bij andere diersoorten, zoals kraaiachtigen en papegaaien. „Ze gebruiken werktuigen en maken ze zelfs. En ze denken vooruit. Papegaaien, bijvoorbeeld, konden met behulp van een stokje iets lekkers naar zich toe halen. Op een dag gaven onderzoekers ze alleen een stuk karton. Daar stripten ze een reepje van tot het formaat van het stokje. Die papegaai kan zich dus voorstellen hoe het eindproduct eruit gaat zien.”

Apen zijn nog steeds het meest te vergelijken met mensen. „Ze leven in gecompliceerde sociale groepen die elkaar nodig hebben. Eten delen, vechten, elkaar vlooien. Het grote verschil is dat wij ons bij tijd en wijle aan de groep – collega’s, familie, alfaman Rutte – kunnen onttrekken. Zij houden Rutte, zogezegd, haha.”

Deel dit bericht!

Share on facebook
Deel op Facebook
Share on twitter
Deel op Twitter
Share on linkedin
Deel op Linkdin
Share on pinterest
Deel op Pinterest